Zomergasten: Wieringa
Het dieptepunt van de Zomergasten uitzending op Zondagavond met Tommy Wieringa kwam pas op maandagmorgen, in de vorm van de recensies. Die in de Volkskrant van de hand van Alex Mazereeuw leek meer op een lijst met agendapunten die in de uitzending aan de orde waren gekomen. Tot NRC heb ik geen toegang, maar Emma Vos berichtte daar dat de schrijver vooral gewichtig deed door de lange pauzes die hij liet vallen en dat hij ingewikkelde zinnen gebruikte.
Eerlijk: ik heb ze in de uitzending niet gehoord en maak mij derhalve zorgen over het intellectuele niveau in Nederland. Ook zou Wieringa zijn leven volgens Vos vertellen alsof het een jongensboek betreft. De uitzending bood veel inspirerend materiaal maar behalve over de vorm lees ik vrij weinig terug over de inhoud; wat is de rol van de schrijver in een tijd waarin de ontrafeling van de moderne samenleving zich voor onze ogen en op onze telefoons live afspeelt?
Black Holes #28, Loncin, Belgium, 2017
Wieringa benadrukt wat mij betreft terecht de urgentie. Zo geeft hij aan dat het werk dat hij doet voor Protect Ukraine, belangrijker is dan het schrijven van een nieuwe roman. Het had voor een fatsoenlijke recensie een uitermate goed aanknopingspunt geweest om de rol die Wieringa pakt naast die van Albert Camus te leggen bijvoorbeeld, ook gezien het poleemisch karakter van zijn columns die hij benoemt, als het fragment met Emil Cioran daarvoor niet al genoeg aanleiding was geweest.
En waarom het niet nog breder trekken; naar bijvoorbeeld Ilja Leonard Pfeijffer en de rol die hij met zijn schrijverschap pakt in de samenleving. Dit was eigenlijk een vraag waarvan ik had gehoopt dat Abbring hem zou stellen. Wieringa zegt dat hij wilde vechten maar daar te oud voor was. Dit was ook een mooi moment geweest om de parallel te trekken naar de Spaanse burgeroorlog en de idealisten en intellectuelen die naar het Zuiden afreisden om te vechten voor democratie en vrijheid.
Robert Capa, Spain 1936
De angst van de schrijver voor zijn publiek, en de beperkingen die dat oplegt aan het schrijverschap, alsmede de kansen op succes die het vermindert, geeft hij ruiterlijk toe. Hij haalt op dat moment Gerrit Komrij aan als voorbeeld voor de genadeloze wijze waarop ciritici van een auteur gehakt kunnen maken. Het is ironisch te zien hoe dat in de recensies van deze uitzending nu weer lijkt te gebeuren.
Er wordt lacherig gedaan over de manier waarop hij zijn fragmenten introduceert als “vrienden aan tafel.” Zoals Roos van Riel in het Parool schrijft “Aan de hand van iets minder zware – sorry, ik bedoel leuke – fragmenten vertelde Wieringa over zijn jeugd.” Extra pikant hier is dat Wieringa nota bene benadrukt dat het belangrijk is je niet te verontschuldigen voor dingen waar je geen controle over hebt. Van Riel doet dit dus expres met dubbele bodem.
Als je de relevantie van de door Wieringa aangedragen fragmenten vergelijkt met de manier waarop journalistiek Nederland erop reageert, dan krijg je de indruk dat de klimaatapocalyps die op ons afstevent, en de oorlog die aan de Europese Oostpoort klopt, een show zijn die zich op televisie afspeelt maar daar nooit uit zal kruipen. Als het al geen complot is, dan toch op zijn minst fictie die niets met realiteit of ons leven te maken heeft. Oh ja, voor ik het vergeet, hij toonde zijn emoties niet. Wat is het met die verslaving aan emotie? Je kan in Nederland nog zoveel te melden hebben, als je er geen traan bij laat of niet in woede uitbarst, dan had het net zo goed niet kunnen bestaan.
Ik deel de urgentie die Wieringa benoemt en ik zou de journalisten die een recensie hebben geschreven toch willen vragen iets meer in te gaan op hetgeen hij te melden heeft en voorbij de vorm te gaan. En als ze zijn zinnen echt zo intimiderend lang en ingewikkeld vonden, reken mij dan maar tot de ‘pessimisten zonder hoop.’
Normandie, France, 2017